Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Overige besluiten van algemene strekking
Publicatiedatum:
vrijdag 24 november 2017





[Regeling Generatiepact WVS]

Het dagelijks bestuur van WVS-groep,

overwegende, dat het wenselijk is om een voorziening te creëren voor oudere werknemers om korter te werken en daarmee budgetneutraal ruimte te creëren voor instroom van jongere werknemers,

dat in het landelijke Cao overleg hiertoe een aanbeveling is geformuleerd om een Generatiepact op te stellen;

gelezen het voorstel van de algemeen directeur van 6 oktober 2017, kenmerk PO-17000523-2\LJ,

gelet op de gemeenschappelijke regeling WVS-groep,

 

b e s l u i t :

de navolgende Regeling Generatiepact WVS vast te stellen:

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Deelnemer: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling sector Gemeenten (CAR) die in vaste dienst is aangesteld bij WVS of de werknemer met een vast dienstverband bij Flexkompaan BV  en waarop  artikel 6:4  CAR-UWO van toepassing is verklaard en die is gedetacheerd bij WVS.

  • 2.

    Werkgever: WVS of Flexkompaan BV.

  • 3.

    Deze regeling: Regeling Generatiepact WVS.

  • 4.

    Arbeidsduur: de arbeidsduur per week volgens de aanstelling of de arbeidsovereenkomst, inclusief eventueel buitengewoon verlof.

  • 5.

    Verminderde arbeidsduur: de arbeidsduur per week zoals die voor de deelnemer is vastgesteld op grond van deze regeling.

  • 6.

    Oorspronkelijke salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de deelnemer is toegekend, naar evenredigheid van diens arbeidsduur, voorafgaande aan de toepassing van deze regeling.

  • 7.

    Nieuwe salaris: het salaris na toepassing van deze regeling.

  • 8.

    Bevoegd functionaris: de functionaris die conform mandaat beslissingsbevoegd is.

  • 9.

    Ingangsdatum: De datum waarop ingevolge deze regeling de arbeidsduur wordt verminderd.

     

    Artikel 2. Voorwaarden voor deelname

  • 1.

    De bevoegdheid tot het beslissen op een verzoek tot deelname aan deze regeling ligt bij de bevoegde functionaris.

  • 2.

    Het verzoek om deelname wordt ingewilligd nadat is vastgesteld dat:

  • 1.

    De gewenste ingangsdatum ligt binnen de werkingsduur van deze regeling zoals bepaald in artikel 12 en is voldaan aan de bepalingen onder artikel 3:2.

  • 2.

    De omvang van de arbeidsduur in de voorgaande 2 jaar niet is verhoogd.

  • 3.

    Er geen sprake is van samenloop met een vorm van verlof of van ontslag met een uitkeringsregeling waarbij het risico op een fiscale eindheffing vanwege een regeling voor vervroegde uittreding aanwezig is.

  • 4.

    De deelnemer een aanstelling heeft voor onbepaalde tijd bij WVS of een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Flexkompaan ® heeft en bij WVS is gedetacheerd.

  • 5.

    De deelnemer op het moment van de ingangsdatum de vereiste leeftijd heeft om deel te nemen aan deze regeling, zoals genoemd in artikel 5 lid 2 van deze regeling.

  • 6.

    De deelnemer op het moment van de ingangsdatum tenminste 10 jaar in dienst is van WVS of Flexkompaan BV en via Flexkompaan BV is gedetacheerd bij WVS, waarbij een onderbreking van 6 maanden of minder niet als een onderbreking wordt aangemerkt.

  • 7.

    De deelnemer na inwilliging van de aanvraag een arbeidsduur heeft van tenminste 12 uren per week voor functies waar dit mogelijk is, te bepalen door de bevoegd functionaris en tenminste 24 uur per week voor functies als leidinggevende.

  • 1.

    De bevoegd functionaris wijst een verzoek om deelname als bedoeld artikel 3:1 toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

  • 2.

    Van een zwaarwegend dienstbelang als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake als toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen:

  • 1.

    voor de bedrijfsvoering bij herbezetting van de vrijgekomen uren;

  • 2.

    op het gebied van veiligheid;  

  • 3.

    van rooster technische aard.

     

    Artikel 3. Aanvraagprocedure

  • 1.

    De deelnemer kan met het daartoe bestemde formulier een schriftelijk verzoek voor deelname aan deze regeling indienen bij P&O dienstencentrum.

  • 2.

    De deelnemer dient het verzoek voor deelname uiterlijk 3 maanden voor de gewenste ingangsdatum in.

     

    Artikel 4. Duur deelname

    Deelname aan deze regeling kan niet tussentijds worden beëindigd door de deelnemer gedurende de resterende duur van de aanstelling of arbeidsovereenkomst.

     

    Artikel 5. Verlof en arbeidsduur

  • 1.

    In het kader van deze regeling wordt de vermindering van arbeidsduur voor de deelnemer uitgevoerd door hem gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof te verlenen. De vermindering van het oorspronkelijke salaris naar het nieuwe salaris gebeurt door middel van een inhouding.

  • 2.

    De deelnemer kan een keuze maken uit de volgende varianten:

  • 1.

    vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer de leeftijd van 58 jaar heeft bereikt, wordt de arbeidsduur met 20% verminderd, tegen inhouding van 10% van het oorspronkelijke salaris en volledige vermindering van het bovenwettelijk verlof, met behoud van 100% pensioenopbouw.

  • 2.

    vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer de leeftijd van 58 jaar heeft bereikt, wordt de arbeidsduur met 30% verminderd, tegen inhouding van 15% van het oorspronkelijke salaris en volledige vermindering van het  bovenwettelijk verlof met behoud van 100% pensioenopbouw.

  • 3.

    vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer de leeftijd van 58 jaar heeft bereikt, wordt de arbeidsduur met 40% verminderd, tegen inhouding van 20% van het oorspronkelijke salaris en volledige vermindering van het bovenwettelijk verlof met behoud van 100% pensioenopbouw.

  • 1.

    De minimale arbeidsduur na deelname aan deze regeling zoals opgenomen in artikel 2 lid 2 sub g van deze regeling blijft gedurende de deelname ongewijzigd.

  • 2.

    Onverminderd lid 3 kan de deelnemer tijdens deelname aan deze regeling een verzoek indienen voor verdere vermindering van de arbeidsduur overeenkomstig de op dat moment geldende regeling(en).

  • 3.

    De hoogte van het vakantieverlof wordt bepaald naar evenredigheid van de omvang van de verminderde arbeidsduur.

  • 4.

    Het recht op de bovenwettelijk verlof komt te vervallen vanaf het moment dat de deelnemer gebruikt maakt van deze regeling.

  • 5.

    Over toegekend buitengewoon verlof (voorafgaand aan of tijdens de periode van deelname aan deze regeling) dat niet is toegekend in het kader van deze regeling, gelden de reguliere bepalingen voor buitengewoon verlof.

  • 6.

    Voor de berekening van rechtspositionele aanspraken en verplichtingen die gebaseerd zijn op het salaris van de deelnemer, wordt bij deelname uitgegaan van het nieuwe salaris, voor zover in deze regeling niet uitdrukkelijk anders is bepaald.

  • 7.

    Onverminderd lid 8 wordt de toeslag zoals bedoeld in artikel 3:28 lid 2 onderdeel 4 CAR (opbouw IKB) en de voor medewerkers Flexkompaan geldende variant, berekend over het nieuwe salaris vermeerderd met de salaristoelagen en verminderd met de inhoudingen.

  • 8.

    Onverminderd lid 8 worden jubileum gratificaties berekend over het nieuwe salaris.

  • 9.

    Wanneer aan een deelnemer, voor wie een verminderde arbeidsduur van toepassing wordt, reeds een toelage in de zin van de CAR-UWO is toegekend, wordt deze toelage verlaagd overeenkomstig het tweede lid.

  • 10.

    Onverminderd het gestelde in artikel 5, tweede lid kan er alleen 100% pensioenopbouw plaatsvinden als een deelnemer binnen 10 jaar de AOW-leeftijd bereikt.

     

    Artikel 6. Herbezetting van vrijgekomen ruimte

    De beschikbaar gekomen ruimte door deze regeling binnen de organisatie wordt voor zover mogelijk benut voor herbezetting door instroom van jongeren in de leeftijdscategorie tot en met 35 jaar.

     

    Artikel 7. Ziekte, arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    De deelnemer die langdurig arbeidsongeschikt wordt wegens ziekte, heeft recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) overeenkomstig artikel 7:3 CAR. Daarbij gelden als grondslag het nieuwe salaris en de toegekende salaristoelage(n) die op grond van deze regeling zijn vastgesteld.

  • 2.

    In afwijking van artikel 5 lid 8 van deze regeling geschiedt de berekening van rechtspositionele aanspraken in het geval van het eerste lid over het salaris als bedoeld in dat lid.

  • 3.

    De re-integratie bij ziekte richt zich op de omvang van de verminderde arbeidsduur.

     

    Artikel 8. Pensioenopbouw en pensioenpremieverdeling

  • 1.

    De bepalingen met betrekking tot de maximale opbouw van pensioen, vastgelegd in fiscale wet- en regelgeving, het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP en de Pensioenovereenkomst ABP blijven van toepassing.

  • 2.

    Deelname aan het generatiepact brengt geen wijziging in de pensioenopbouw door de deelnemer, zoals geldend voorafgaand aan de deelname. Ook over het bijzonder verlof wordt pensioen opgebouwd.

  • 3.

    Deelname aan het generatiepact brengt geen wijziging in de verdeling van de premiebetaling tussen werkgever en deelnemer.

     

    Artikel 9. Werktijden en werkzaamheden bij deelname

    De deelnemer maakt met zijn leidinggevende nadere afspraken over werktijden en te verrichten werkzaamheden.

     

    Artikel 10. Hogere wet- en regelgeving

    Dwingende bepalingen in hogere wet- en regelgeving gaan voor de bepalingen in deze regeling. Wijzigingen in de hogere wet- en regelgeving werken direct door in deze regeling. Dit kan gevolgen hebben voor iedereen die deelneemt aan deze regeling of wil gaan deelnemen.

     

    Artikel 11. Onvoorziene gevallen / hardheidsclausule

    In situaties waarin deze regeling niet voorziet of leidt tot een onbillijke uitkomst, kan de bevoegde functionaris besluiten van de regeling af te wijken.

     

    Artikel 12. Slotbepaling

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. Deze regeling heeft een looptijd van 2 jaar en eindigt op 1 januari 2020.

  • 2.

    Na de looptijd van deze regeling als bedoeld in het vorige lid, blijft de regeling van kracht voor deelnemers die van deze regeling gedurende de looptijd gebruik hebben gemaakt.

  • 3.

    Voor de einddatum worden de effecten van de regeling geëvalueerd. De evaluatie kan ertoe leiden dat de regeling van rechtswege afloopt, wordt aangepast of wordt verlengd en dat een nieuwe periode van inschrijving voor deze regeling wordt opengesteld.

  • 4.

    Deze regeling wordt aangehaald als Regeling Generatiepact WVS.

  • 5.

    Wijziging van deze regeling voortvloeiende uit gerezen geschillen over de uitvoering van de regeling, dan wel ingeval van gewijzigde hogere regelgeving, vindt plaats nadat hierover in het georganiseerd overleg overeenstemming is bereikt.  

    Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur van WVS-groep op 6 november 2017.

       

    De secretaris,

         

    P.F.J.M. Havermans.

        

De voorzitter,

 

A.P.M.A. Schouw