Dagboek van een mantelzorger - Boem

BOEM…..

Uiteraard was ik bekend met het woord Mantelzorg. De impact van Mantelzorg drong echter pas tot mij door na het gesprek wat ik samen met mijn moeder had bij de geriater: Alzheimer met vasculaire dementie én fronto-temporale kenmerken. 

BOEM…..

Ineens gebeurde er van alles met mij: angst, verdriet en schuldgevoel over woordenwisselingen die ik met mijn lieve, kwetsbare moeder had. De verwijten en woede-aanvallen van mijn moeder, kwamen zeer waarschijnlijk voort uit haar dementie. Ik had beter moeten weten……

Mijn moeder ging sneller achteruit dan verwacht, gedacht en gehoopt. Er ontstond een parentificatie: een vreemde rolomkering om van dochter ineens ouder te worden van je eigen ouders. Het dagelijks regelen van de boodschappen, het poetsen van het huis, de was, de geldzaken, het nemen van belangrijke beslissingen, waren ineens allemaal mijn verantwoordelijkheid. Mijn vader, die al 50 jaar leunde op de expertise van mijn moeder, werd compleet overbelast en overvraagd. Dit leidde ook bij hem tot achteruitgang

Na heel veel telefoontjes met CIZ, Cliënten Service Buro, Buro ELZ  en huisarts volgde verhuizing naar een zorgappartement in de eigen woonplaats. Fijn dat mijn ouders samen in een prachtig appartement mochten wonen en op deze manier zo goed mogelijk voor elkaar kunnen blijven zorgen. Hierbij konden ze terugvallen op mijn broer en mij als mantelzorgers en natuurlijk ook op de liefdevolle, menselijke, geduldige en professionele zorg van de verzorgenden

Onze mantelzorgtaken waren zwaar, maar het gevoel ondersteund te worden door betrokken verzorgenden gaf rust en ruimte om beetje bij beetje weer eigen invulling te gaan geven aan mijn eigen leven. 

Ik werd mij steeds meer bewust van de impact van dementie, als een BOEM in ons leven. Al jaren geleden binnengeslopen, alleen niet onderkent als dementie.

Ingeklapt

Dagboek van een mantelzorger - De scheiding

De scheiding

Sinds anderhalf jaar wonen mijn ouders samen in een zorgappartement. Pijnlijk en vertederend tegelijk om de kwetsbaarheid en de grote onderlinge liefde van mijn ouders te zien. Mijn moeder heeft dementie, ze gaat erg hard achteruit. Ze is vaak onrustig, zowel verbaal als fysiek: ze roept, schopt, slaat en vloekt. Dingen die absoluut niet passen bij haar persoonlijkheid. Vaak herkent ze ons niet meer. Begrijpt woorden niet meer, en is niet meer in staat zichzelf uit te drukken . Ze voelt zich hierdoor de hele dag onbegrepen . De overbelasting van mijn vader neemt toe. Mijn broer en ik hebben vaarwel gezegd tegen ons sociaal leven. Mijn moeder heeft 24 uur per dag zorg nodig. Emotioneel lijkt mijn leven een achtbaan: momenten waarop ik zo te doen heb met het feit dat mijn moeder ongelooflijk kwetsbaar en afhankelijk is en zichzelf compleet kwijt is. Dan ineens weer boos en machteloos, omdat ze onrustig blijft. Ze spuugt me, slaat me , schopt me. Wat ik ook doe, ze wordt niet rustiger. Mijn gevoelens van boosheid richten zich dan maar naar de verzorging. 

Het moment van voorzichtig concluderen dat de situatie niet meer haalbaar is binnen het zorgappartement, dient zich steeds nadrukkelijker aan. Het besluit om een kamer op de gesloten woongroep te accepteren zodra er ruimte komt ( binnen dezelfde setting als het zorgappartement van mijn vader) , lijkt onontkoombaar. Mijn vader, mijn broer en ik zijn degenen die beslissen over het lot van mijn moeder. De laatste momenten dat mijn ouders samen wonen verlopen zeer emotioneel. Nu vooral schuldgevoelens en gevoelens van falen en tekort doen.

Om paniek, gevecht en escalaties te voorkomen, krijgt mijn moeder de dag van de overplaatsing rustgevende medicatie toegediend. Slapend in haar rolstoel brengen we haar naar de woongroep. Nooit eerder voelde ik me zo’n slechte dochter als op dat moment. Ik haatte mezelf.

Ingeklapt

Dagboek van een mantelzorger - De eerste dag op de woongroep

De eerste dag op de woongroep

Daar zit ik dan, naast een diep slapende moeder die vanaf nu op een woongroep woont, maar dat zelf nog niet weet. En ik zelf behoorlijk gespannen op hoe ze gaat reageren als ze wakker wordt en zich mogelijk gaat realiseren dat ze niet meer thuis is, maar in haar slaap verplaatst is naar een zorgafdeling. Een gesloten afdeling.

Een lieve verzorgster die vanuit het zorgappartement met ons is meegelopen, zorgt voor koffie en aandacht. De verzorgenden van de woongroep komen kennis maken

Eén van die verzorgenden vertelt dat ze het een beetje ongemakkelijk vindt om mijn moeder te gaan verzorgen in deze voor haar nieuwe context. Zij als verzorgster en mijn moeder als dementerende bewoonster. Ooit werkte ze samen in diverse bestuursfuncties. Ze weet hoe kordaat, adequaat en zorgvuldig ze was. Ze vertelt hoe mijn moeder heeft gestreden voor de mogelijkheden om ouderen met dementie, te kunnen laten wonen binnen de eigen woonplaats. Wat was ik blij met het ongemak wat die verzorgende uitsprak. Mijn moeder was niet alleen een dementerende patiënte, nee door de ogen van deze verzorgster was ze vooral ook nog de vrouw die ze altijd geweest is en behield ze haar waardigheid, status en respect.

Al die uren die ik wachtend naast mijn diep slapende moeder doorbracht , werd ik enorm geconfronteerd met de betrekkelijkheid en de nietigheid van het leven.

Mijn moeder die altijd keihard werkte en spaarde voor een eigen huis met een tuin en altijd aangaf daar te willen blijven tot haar dood, woont nu op een kamertje van amper 3 bij 3. De badkamer en toilet deelt ze met een bewoonster.

De dementie neemt blijkbaar niet alleen het geheugen en het decorum af, maar ook alle wooncomfort en privacy

Sinds ik merk dat die kleine ruimte waarin mijn moeder 24 uur per dag verblijft, door haar ervaren wordt als een veilige en overzichtelijke plek, probeer ik het inleveren van wooncomfort en ruimte niet meer te ervaren als verlies.

Ingeklapt